Apollo project

 
   
Het Apollo-project is het in 1972 voltooid Amerikaans ruimtevaartprogramma dat tot doel had vr 1970 een mens op de maan te laten landen. Het project kwam op gang nadat het Congres in 1961 een voorstel van president J.F. Kennedy had goedgekeurd. De uitvoering werd opgedragen aan de NASA. Op 21 juli 1969 om 3.56 uur GMT zette Neil A. Armstrong (foto) inderdaad als eerste mens voet op de maan. Nadien zijn diverse bemande maanlandingen uitgevoerd.

Voor het met succes uitvoeren van de maanlandingen was niet alleen de bouw van de eigenlijke Apollo-ruimtevaartuigen vereist, maar ook een reeks voorbereidende projecten, zoals de maanverkenningsprojecten van de Ranger, Lunar Orbiter en Surveyor en de bemande Mercuryprojecten en Geminiprojecten. Tevens werd de grootste draagraket tot nu toe, de Saturn V, speciaal voor de bemande maanvluchten gebouwd.
Het eigenlijke Apollo-ruimtevaartuig bestond uit een drietal deeleenheden: het moederschip (command module, CM), waarin de drie astronauten het grootste deel van de reis verbleven en tevens het enige deel dat bestemd was om op aarde terug te keren, het verzorgings- of dienstencompartiment (service module, SM), waarin de voorzieningen voor de vele ondersteunende taken waren ondergebracht, en de maanlander (lunar module, LM), die alleen diende om met twee man van een maanbaan uit een zachte landing te maken en weer van de maan af op te stijgen om een rendez-vous met de CSM (de combinatie van CM en SM) te maken.
Standaard-maanvlucht
De lancering, met behulp van een Saturn V van Cape Kennedy af, bracht de Apollo in een baan naar de maan met een snelheid van ruim 10 km per seconde. Na het uitbranden van de laatste trap draaide de CSM over 180 en koppelde aan de LM. De hoofdmotor van de SM werd gebruikt voor koerscorrecties tijdens de ca. 74 uur durende vlucht naar de maan en voor het afremmen om in een maanbaan te komen. Vanuit deze baan voerde de LM de maanlanding uit. Later keerde de stijgtrap van de LM weer terug voor een rendez-vous met de achtergebleven CSM. Na afstoten van de stijgtrap werd de hoofdmotor van de SM weer gebruikt om de maanbaan te verlaten. Bij de terugkeer vond geen afremming met raketkracht plaats. Na het afstoten van de SM trad de CM de atmosfeer binnen met een snelheid van meer dan 10 km/s. Deze snelheid werd door wrijving met de lucht gereduceerd, wat gepaard ging met een grote warmteontwikkeling. Hiertoe was de Apollo beschermd met een hitteschild. De capsule werd in de lagere luchtlagen verder afgeremd door parachutes en de tocht eindigde met een landing in zee.
Resultaten
[Apollo 11 Logo]Na geslaagde testvluchten met de Apollo's 7, 8, 9 en 10 landde op 20 juli 1969 de maansloep ‘Eagle’ met Armstrong en Aldrin op de maan. De maan bleek met een dunne stoflaag (2 10 cm) bedekt te zijn waarvan later dikte, kleur en samenstelling van plaats tot plaats bleek te verschillen. Vanuit de CSM's werden stralingsmetingen gedaan, maanfoto's genomen en astronomische waarnemingen verricht. Het onderzoek op de maan omvatte o.a. de maankorst (bodemmonsters, warmtegeleiding), seismologische en astrofysische waarnemingen (meten van zonnewind). Zo liet men bij enkele vluchten de opstijgtrap van de LM na het afstoten op de maan te pletter slaan, wat een ca. een uur durende maantrilling veroorzaakte. Bij de Apollo 14 had men de beschikking over een trekkar, bij volgende vluchten over een elektrische maanauto, ter vergroting van de actieradius van de astronauten. Om het magneet- en zwaartekrachtsveld van de maan, alsmede kosmische deeltjes te meten, lanceerden de Apollo's 15 en 16 een subsatelliet. Behalve bij Apollo 12, waar de camera defect raakte, kon op aarde het gebeuren op de maan via televisiebeelden worden gevolgd. Apollo-13 mislukte door een explosie onderweg, maar de bemanning keerde heelhuids op aarde terug. In 1972 werd het bemande-maanvluchtenprogramma van de Apollo beindigd. Nadien zijn Apollo-ruimtevaartuigen (zonder specifieke maanlander) nog gebruikt voor pendeldiensten naar Skylab (in 1973) en voor een experimentele koppeling met een Russische Sojoez (17 juli 1975).