Zuid-Afrika
bevolking

 

Terug naar overzicht Afrika >>

 

Elder passing on stories to a child near a haystack in South Africa
2. Bevolking

2.1 Samenstelling en spreiding
De Republiek Zuid-Afrika kent een grote verscheidenheid aan tradities en culturen. Dank zij een economisch en militair overwicht en een daarmee samenhangende dominerende positie in het staatsbestel heeft de blanke minderheidsregering een samenlevingsmodel kunnen invoeren dat internationaal bekend is geworden onder de naam apartheid. Volgens de apartheidsideologie hadden alle bevolkingsgroepen recht op een 'afzonderlike eiesoortige ontwikkeling tot selfstandigheid'; in de praktijk bleek zwarte ontwikkeling vrijwel alleen mogelijk wanneer blanke machtsposities niet wezenlijk aangetast werden. Verzet van binnenuit zowel door legale organisaties als door vakbonden en kerken als ondergronds door bevrijdingsbewegingen, alsmede internationale pressie, vooral middels economische sancties, hebben de regering ertoe gebracht afscheid te nemen van de apartheidsideologie en ten dele ook van de apartheidspraktijk.
In het kader van de apartheid was de bevolking in raciale groepen ingedeeld: blanken, zwarten, zgn. 'kleurlingen' en IndiŽrs. Deze indeling werd algemeen als zeer willekeurig aangemerkt, omdat bijv. de Japanse bevolkingsgroep tot de blanken gerekend werd en er geen onderscheid werd gemaakt tussen bijv. blanken van Britse, Nederlandse, Franse of Duitse afkomst, terwijl zwarte Zuid-Afrikanen wel nader ingedeeld werden. De regering maakte onderscheid tussen o.m. Xhosa, Zoeloe, Sotho, Tswana, Venda, Tsonga, Swazi en Ndebele. Met name in de stedelijke gebieden vervaagden traditionele verbanden echter snel. Ook in de praktijk bleek de apartheidsfilosofie niet uitvoerbaar. De wetgeving bood de gelegenheid om herclassificatie aan te vragen: in 1989 en 1990 veranderden 1123 personen officieel van ras. In 1991 werd de Population Registration Act (1950) ingetrokken. Deze wet op grond waarvan alle Zuid-Afrikanen raciaal ingedeeld werden, was een hoeksteen van het apartheidssysteem. Bepaald werd dat na juni 1991 geboren Zuid-Afrikanen niet langer naar ras geregistreerd werden.
De bevolking van Zuid-Afrika is tussen 1911 en 1994 verzevenvoudigd van ruim 6 miljoen tot 41, 5 miljoen. De bevolkingstoename bedroeg van 1985 tot 1994 gemiddeld 2,4%, waarbij zwart Zuid-Afrika een stijging kende van gemiddeld 2,1%, terwijl de blanke bevolking in deze periode 0,7% afnam. De gemiddelde levensduur van blanke Zuid-Afrikanen ligt aanzienlijk hoger dan die van hun zwarte landgenoten. De kindersterfte bij blanken is laag en de gezinsgrootte beperkt. Meer dan de helft van de zwarte bevolking is jonger dan 18 jaar. Bij voortzetting van de huidige bevolkingsgroei zal in 2010 81% van de bevolking zwart zijn, ca. 10% blank, terwijl 7% 'kleurlingen' en 2% IndiŽrs zullen zijn. De zwarten vormen niet alleen de meest omvangrijke groep in Zuid-Afrika, maar stammen ook af van de oudste bewoners. Tot de ruim 29 miljoen zwarten behoren ook de inwoners van de thuislanden, waarvan Bophuthatswana, Ciskei, Transkei en Venda onafhankelijk werden verklaard, maar door geen enkele staat buiten Zuid-Afrika werden erkend.
De blanke bevolking telde in 1993 ruim 5 miljoen zielen. Zij bestaat uit de afstammelingen van Nederlandse, Franse en Duitse kolonisten die zich successievelijk sedert de 17de eeuw in Zuidelijk Afrika vestigden, de nakomelingen van Britse kolonisten (uit de 19de eeuw) en immigranten uit Zuid- en Oost-Europa die in de 20ste eeuw kwamen. Vaak wordt een onderscheid gemaakt tussen de Afrikaners, bestaande uit de afstammelingen van de oudste groepen kolonisten, en de Engelstaligen. Een deel van de aanzienlijke politieke, religieuze en sociaal-economische verschillen tussen beide groepen is de laatste jaren enigszins vervaagd. Een zeer groot deel van de kleurlingen woont in de Kaapprovincie. In 1959 werd deze bevolkingsgroep onderverdeeld in Kaapse kleurlingen, Kaapse Maleiers, Griqua, Chinezen, 'andere Aziaten' en 'andere kleurlingen'. In 1967 werd deze indeling gedeeltelijk herroepen. In de praktijk werd afkomst een belangrijker criterium dan uiterlijk. De ruim 3 miljoen zielen tellende kleurlingengemeenschap is wat betreft politiek en cultuur verdeeld: een deel zoekt aansluiting bij de blanken, anderen voelen meer verwantschap met de zwarten.
De meesten van de bijna een miljoen IndiŽrs wonen in Natal en zijn afstammelingen van contractarbeiders die in de 19de eeuw uit het toenmalige Brits-IndiŽ naar Zuid-Afrika kwamen. De spreiding van de bevolking is ongelijkmatig. Grote delen van het land zijn nagenoeg leeg: de woestijnachtige streken, waar geen delfstoffen worden aangetroffen, blijven vrijwel onbewoond. In 1994 woonde ruim 50% van de bevolking in stedelijke gebieden. De Transvaal telde ca. 12,5 miljoen inwoners. In de Kaapprovincie woonden naar schatting 7,9 miljoen Zuid-Afrikanen, terwijl Natal en de Oranje Vrijstaat resp. 7,1 en 1,9 inwoners telden. De overige 9,5 miljoen Zuid-Afrikanen woonden in een thuisland. Betrouwbare cijfers zijn schaars. Het snelst groeiende stedelijke gebied is Kaapstad en omgeving, waarin in 1991 meer dan 2,5 miljoen mensen woonden. Andere grote agglomeraties zijn: Johannesburg/Soweto/Alexandra (ca. 3,6 miljoen); Durban/Inanda/Kwamashu (ca. 3 miljoen); Pretoria/Mamelodi/Soshanguve (ca. 1 miljoen); Port Elisabeth/Uitenhage (ca. 1 miljoen); Bloemfontein/Bothshabelo (ca. 600.000); Oost London/Mdabane/Duncan Village (ca. 500.000).

2.2 Taal
In Zuid-Afrika hebben 11 talen een min of meer officiŽle status. Engels en Afrikaans worden door de overheid beschouwd als de officiŽle talen en worden ook in het parlement gebruikt. De meest gesproken talen zijn Zoeloe, Xhosa, Afrikaans, Tswana, Noord-Sotho, Engels, Zuid-Sotho en Tsonga.
Tot de talen zonder officiŽle status behoren - vooral door IndiŽrs gesproken - Tamil, Hindi, Gujerati en Urdu. Eveneens zonder officiŽle erkenning zijn de talen van Europese immigranten: Duits, Nederlands, Portugees, Italiaans en Grieks.

2.3 Religie
Ca. 77% van alle Zuid-Afrikanen beschouwt zich als lid van ťťn van de christelijke kerken of stromingen. De stichting van de blanke, calvinistische kerk is een bijproduct van de koloniale politiek van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (1652). Andere kerken mochten geen erediensten houden of zending bedrijven. In 1779 kregen Duitse Lutheranen toestemming een kerkgebouw te openen. Vele zendelingen volgden in de 19de en 20ste eeuw. De zgn. onafhankelijke kerken vormen de grootste religieuze groepering van Zuid-Afrika. De meer dan 3000 verschillende onafhankelijke kerken kennen meer dan 6 miljoen leden. Deze exclusief zwarte kerken worden onderscheiden in het Ethiopische type - ontstaan uit Europese zendingskerken, met veelal strakke organisatievormen - en het Zionistische type, waarbij de Heilige Geest, genezing en elementen uit de traditionele Afrikaanse religie een grote rol spelen. Beide richtingen houden vast aan een diep in de Afrikaanse cultuur verankerde geloofsbeleving en verzetten zich tegen Europese geloofspraktijken. De grootste van deze kerken is de Zionist Christian Church, die volgens eigen opgave in heel zuidelijk Afrika meer dan 4,5 miljoen leden zou tellen.
Van de drie blanke kerken is de Neder-Duitse Gereformeerde Kerk met 1!350!000 leden de meest invloedrijke. Uit afsplitsingen in de 19de eeuw ontstonden de Neder-Duitsch Hervormde Kerk van Afrika (1853) en de Gereformeerde Kerk van Afrika, vaak aangeduid als de Dopperkerk (1859). De synode van de NG Kerk besloot in 1857 vanwege 'de zwakheid van sommigen' (blanken) raciaal gescheiden kerkdiensten toe te staan. Dit besluit leidde in 1881 tot oprichting van de NG Sendingkerk voor reformatorische kleurlingen. Later volgden aparte gereformeerde kerken voor zwarten (NG Kerk in Afrika) en IndiŽrs (Reformed Church in Africa). De drie zgn. dochterkerken werden zowel ideologisch als financieel beheerst door de blanke NG-Kerk. Verzet tegen deze dominantie werd sinds 1974 gestimuleerd door de Broederkring, een groep van predikanten en leken die in 1983 omgedoopt werd tot Belijdende Kring. Vooral in de jaren tachtig groeide het verzet tegen apartheid binnen de Sendingkerk en de NGKA. Onder leiding van Dr. Allan Boesak wees de Sendingkerk apartheid op theologische gronden ondubbelzinnig af met de aanvaarding van de Belijdenis van Belhar (1986). Sinds het begin van de jaren negentig streven beide kerken naar een samengaan in de Verenigde Gereformeerde Kerk. Van de multiraciale kerken tellen zowel de Rooms-Katholieke als de Methodistische en Anglicaanse kerken meer dan twee miljoen leden. Evenals voor andere multiraciale kerken - zoals de Lutheranen en Presbyterianen - geldt dat een ruime meerderheid van de aanhang uit zwarten bestaat. Tot de meest gezaghebbende kerkelijke leiders behoort aartsbisschop Desmond Tutu, de eerste zwarte Zuid-Afrikaan die de leiding kreeg over de Anglicaanse Kerk. Voor zijn verzet tegen apartheid ontving hij in 1984 de Nobelprijs voor de vrede. Oecumenische samenwerking ontwikkelde zich van de Algemene Zendingsconferentie (opgericht in 1904) via de Christelijke Raad voor Zuid-Afrika (1936) tot de Zuid-Afrikaanse Raad van Kerken (1968). De raad verwierf groot internationaal gezag onder inspirerend leiderschap van resp. bisschop Tutu, C.F. Beyers Naudť en F. Chikane. Het aantal hindoes bedraagt meer dan een half miljoen en daarmee is deze religie veruit de belangrijkste onder de IndiŽrs. De meerderheid van de ruim 400.000 moslims is te vinden onder de kleurlingen en IndiŽrs. Het aantal joden wordt geschat op 150.000.

 

Zuid-Afrika bestuur en samenleving >>