Zuidpool verliest ijs

 
   
Op het Antarctisch Schiereiland is de afgelopen weken een groot deel van de zogenoemde Larsen B-ijsplaat afgebroken en naar zee gedreven. De plaat is in duizenden ijsbergen en ijsschotsen uiteengevallen. Volgens onderzoekers is het de afgelopen dertig jaar niet voorgekomen dat die plek zo'n grote hoeveelheid ijs is kwijtgeraakt. De verdwenen ijsplaat was naar schatting vele duizenden jaren oud. De plaat had ongeveer de oppervlakte van de provincie Overijssel: 3250 vierkante kilometer. Hij was 200 meter dik en woog zo'n 500 miljard ton. Dat het ijs in zee terecht is gekomen, betekent niet dat de zeespiegel zal stijgen. Het ijs blijft drijven.

Het Antarctisch Schiereiland is het wormvormig aanhangsel van de Zuidpool dat in de Weddellzee steekt in de richting van Vuurland en Kaap Hoorn. In 1995 brak er al een grote schots af, de Larsen A. Die was ongeveer 2000 vierkante kilometer groot. Dit soort ijsplaten ontstaat uit de samenvloeiing van een groot aantal gletsjers.

De versplintering van de ijsplaat was al sinds 1998 voorspeld, maar toch stonden de deskundigen versteld van de snelheid waarmee de breuk definitief werd. In november vorig jaar waarschuwden onderzoekers van het Argentijnse Antarctisch Instituut dat ze opvallend hoge stroomsnelheden in de ijsplaat waarnamen en eind januari begon de plaat in kleine delen uiteen te vallen. Dat proces is vanuit satellieten en vliegtuigen op de voet gevolgd. De ijsplaat heeft nu nog maar veertig procent van zijn oorspronkelijke grootte. Er is ook nog een Larsen C-plaat en ook die zal binnen afzienbare tijd afbreken, vrezen de onderzoekers.

Het afbreken van het ijs was het gevolg de stijgende temperatuur in het Zuidpoolgebied. Vooral de afgelopen zomer was uitzonderlijk lang en warm. Daardoor heeft zich ongewoon veel smeltwater op de Larsen B-ijsplaat verzameld. Wetenschappers zijn er altijd al vanuit gegaan dat dit smeltwater het opbreken van een ijsplaat kan versnellen als het op grote schaal in gletsjerspleten dringt. De spleten, die normaal met lucht gevuld zijn, zouden door het water verder worden vergroot. Vlak voor de Larsen-ijsplaat uiteenviel zagen de waarnemers het smeltwater inderdaad plotseling verdwijnen.

Of de lokale opwarming verband houdt met het mondiale broeikaseffect is niet duidelijk. Sommigen zeggen van wel, anderen denken dat je dat zeker niet zo stellig kunt beweren. Wat wel vaststaat is dat het verdwijnen van de ijsplaten de klimaatopwarming in dat gebied versterkt: gletsjers en bergland komen steeds meer onder invloed van de relatief warme zee te staan, zonder een buffer van ijs daartussen.

Wetenschappers maken zich trouwens een stuk ongeruster over de stabiliteit van de veel uitgestrektere Ross- en Ronne-ijsplaten op de Zuidpool. Hiervan breken geregeld veel grotere stukken af. Deze platen houden volgens sommige wetenschappers enkele gletsjers uit het hoger gelegen centrum van Antarctica op hun plaats. Als die gletsjers in het water schuiven, stijgt de zeespiegel wel.

Met hoeveel centimeters of meters die stijging zal gaan, is nauwelijks te voorspellen. In principe is er genoeg ijs om de zeespiegel wereldwijd enkele meters te laten stijgen. Het totale Zuidpoolijs groeit overigens voorlopig eerder dan dat het krimpt.