De arabier

 

Paarden pagina - klik hier

 
De ArabierHet Arabische paard is absoluut het mooiste van alle. Het heeft een zeer karakteristiek karakter en uiterlijk. Het behoort tot het zuiverste en oudste van alle rassen en is duizenden jaren lang zorgvuldig gefokt. De invloed van de Arabier is duidelijk zichtbaar bij een groot deel van de wereldpaardenpopulatie. Hij wordt erkend als de grondlegger van de Thouroughbred, de Engelse Volbloed, die zijn stamvader weliswaar qua grootte en snelheid overtreft, maar zich wat constitutie en uithoudingsvermogen betreft niet met hem kan meten.

Oorsprong
Hoewel de precieze oorsprong van de Arabier onduidelijk is, laten kunstuitingen zien dat er op het Arabische schiereiland al ten minste in 2500 v.Chr. rennen werden gehouden met duidelijk herkenbare Arabische paarden. De bedoeďenen waren zeer direct betrokken bij dit ‘woestijpaard’. Het begin van hun samenwerking, hoe oppervlakkig die toen ook was, gaat volgens hen terug op de merrie Baz en de hengst Hoshaba in 3000 v.Chr. De achter-achterkleinzoon van Noach en temmer van wilde paarden Bax zou de merrie Baz in Jemen hebben gevangen. De verspreiding van het alomtegenwoordige Arabische bloed over de hele wereld werd mogelijk gemaakt door de veroveringen van de moslims, waar de profeet Mohammed in de 7e eeuw de aanzet toe gaf. De woestijnpaarden met de groene banieren van de islam trokken toen via Spanje het christelijke Europa binnen.

Uithoudingsvermogen
Het uithoudingsvermogen van de Arabier is legendarisch en er bestaan talrijke verslagen van de opmerkelijke taaiheid van dit ras. In de 19e eeuw werden in de woestijn vaak lange-afstandswedstrijden gehouden die drie dagen konden duren.

Beweging
De beweging wordt beschreven als ‘zwevend’. Het paard beweegt zich als op veren. De Arabier is vurig en moedig, maar heeft ook een bijzonder zachtaardig karakter.

Hoofd
Het hoofd is onmiskenbaar en onvergetelijk. Het is kort en zeer fijn gevormd. De voorkant is uitgesproken concaaf. De neusgaten zijn buitengewoon groot, evenals de ogen, die ver uit elkaar staan en lager dan bij andere rassen. De oren zijn klein, spits en krullen soms naar binnen. Een kenmerk van het hoofd is de jibbah, de schildvormige bult tussen de ogen, die van de oren tot het neusbeen loopt. Dit is een uniek kenmerk onder paardenrassen.

Duurloop
De moderne Arabier blinkt van nature uit in de duurloop, ofschoon hij bij andere wedstrijdtypen verslagen wordt. Niettemin wordt hij over de gehele wereld met een zeldzame toewijding in grote aantallen gefokt en heeft hij nog steeds een belangrijke veredelende invloed op andere rassen.

Skelet
De belijning van de Arabier wordt bepaald door de unieke bouw van het skelet. De Arabier heeft 17 ribben, 5 lendewervels en 16 staartwervels; bij de andere rassen zijn de aantallen respectievelijk 18, 6 en 18. Dit verschil in bouw is mede oorzaak van de hoge staartdracht.

Uiterlijk
Schoften: de hals gaat met een sierlijke boog over in de afgeronde schouders en duidelijk zichtbare zichtbare schouders.
Hals: de Arabier onderscheidt zich door de mitbah: de hoek die het hoofd met de hals maakt. Deze hoek heeft een speciale welving tot gevolg, die het mogelijk maakt het hoofd naar alle richtingen te bewegen.
Manen: de haren van manen en staart zijn buitengewoon fijn en zijdeachtig.
Snuit: de huid van de kleine, taps toelopende snuit is heel zacht.
Romp: de rug van de Arabier is kort en licht concaaf. De lendenen zijn krachtig en het kruis is lang en recht.
Kleur: de vachtkleuren van de Arabier zijn bruin, vos, schimmel en zwart.
Staart: de staartwortel is duidelijk hoog in het kruis ingeplant. Als het paard in beweging is, wordt de staart gebogen en goed omhoog en goed omhoog gedragen.
Benen: de benen van de Arabier zijn pezig en droog, zonder al te lange botten onder de knie van de voorbenen. De buigpezen tekenen zich duidelijk af en de voeten zijn qua vorm en grootte bijna perfect. De achterbenen van de Arabier waren lang geleden onvolmaakt, maar boven alles heeft het ras een voortreffelijke constitutie en is de beweging opmerkelijk vrij.