De ardenner

 

Paarden pagina - klik hier

 
De Ardenner is afkomstig uit de Ardennen in het zuidoosten van België. Dit koudbloedpaard vertoont overeenkomsten met de Ardennais, die afkomstig is uit het noordoosten van Frankrijk en het Belgische trekpaard, de Brabander. De Ardenner, de Ardennais, de Auxois (een Bourgondisch paard) en het Belgische zware trekpaard hebben vermoedelijk gemeenschappelijke voorouders en het is mogelijk dat zij ook met elkaar gekruist zijn. Het is ook mogelijk dat het ras uit een kruising tussen één van de andere rassen en het Vlaamse paard is ontstaan. Waarschijnlijk komt deze Belg het meest overeen met de paarden die door Julius Caesar in zijn boek "De bello Gallico" worden beschreven.
Dit paardenras zou in dit geval het meest lijken op de voorouder van de Europese zware paardenrassen, het Woudpaard of het Oude bospaard. Dit paard, ook wel diluviale paard genoemd, is naar alle waarschijnlijkheid het paard dat tijdens de Middeleeuwen als oorlogspaard dienst deed. Het paard kon ridders met hun volledige wapenrusting dragen en heeft dus niets te maken met de paarden die in latere oorlogen dienst deden. In die gevallen ging het om paarden van rassen die nog bekend zijn en voorkomen.
De Ardenner is een zeer actief paardenras, wat zeker voor het gebruik in de landbouw van pas komt. Het ras werd dan ook veel als trekpaard gebruikt.

De Ardenner is een massief en zeer sterk paard. De gemiddelde stokmaat bedraagt ongeveer 1,58 m. Het lichaam is zeer kort, waardoor het de indruk van een gedrongen dier wekt. Het lichaam is evenwel zeer sterk gespierd en heeft een zeer zwaar beendergestel. De Ardenner is lichter en kleiner dan de Ardennais, die een gemiddeld gewicht van 1000 kg heeft.
 
De middenhand wordt gekenmerkt door een rug met een diepe, bijna ronde koffer (lage rug tussen de schouderbladen en het achterlichaam) en een enorme borstkas. De achterhand is zwaar. De spieren van de achterhand zijn kort en krachtig. Het kruis ligt op dezelfde hoogte als de schoft, wat ongewoon is voor zware paardenrassen. De hals is dik, zwaar, lang en gebogen en staat op sterke schouders. Het hoofd wordt gekarakteriseerd door een laag en plat voorhoofd en een recht profiel. De korte benen maken een bijzonder sterke indruk. Ze hebben sokken, ofwel een beharing, op het onderste deel van de benen. De onderbenen zijn voorzien van een donker behang.

Naast roodschimmel, bruinschimmel en blauwschimmel komen ook vos en bruin als vachtkleuren voor. De vacht kan stekelharig zijn. De Ardenner is een zeer rustig en handelbaar paard. Het is een harde werker met een groot doorzettingsvermogen. Zeker voor een koudbloedpaard beschikt dit ras over veel temperament.

Dit paardenras zou in dit geval het meest lijken op de voorouder van de Europese zware paardenrassen, het Woudpaard of het Oude bospaard. Dit paard, ook wel diluviale paard genoemd, is naar alle waarschijnlijkheid het paard dat tijdens de Middeleeuwen als oorlogspaard dienst deed. Het paard kon ridders met hun volledige wapenrusting dragen en heeft dus niets te maken met
de paarden die in latere oorlogen dienst deden. In die gevallen ging het om paarden van rassen die nog bekend zijn en voorkomen. De Ardenner is een zeer actief paardenras, wat zeker voor het gebruik in de landbouw van pas komt. Het ras werd dan ook veel als trekpaard gebruikt.

Stokmaat + exterieur

De Ardenner is een massief en zeer sterk paard. De gemiddelde stokmaat bedraagt ongeveer 1,58 m. Het lichaam is zeer kort, waardoor het de indruk van een gedrongen dier wekt. Het lichaam is evenwel zeer sterk gespierd en heeft een zeer zwaar beendergestel. De Ardenner is lichter en kleiner dan de Ardennais, die een gemiddeld gewicht van 1000 kg heeft. De middenhand wordt gekenmerkt door een rug met een diepe, bijna ronde koffer (lage rug tussen de schouderbladen en het achterlichaam) en een enorme borstkas. De achterhand is zwaar. De spieren van de achterhand zijn kort en krachtig. Het kruis ligt op dezelfde hoogte als de schoft, wat ongewoon is voor zware paardenrassen. De hals is dik, zwaar, lang en gebogen en staat op sterke schouders. Het hoofd wordt gekarakteriseerd door een laag en plat voorhoofd en een recht profiel. De korte benen maken een
bijzonder sterke indruk. Ze hebben sokken, ofwel een beharing, op het onderste deel van de benen. De onderbenen zijn voorzien van een donker behang.
 
De bewegingen in stap en draf zijn energiek, maar niet altijd even volkomen regelmatig.